Stel je voor dat je een enorm lekker stuk taart hebt. Normaal gesproken, kost dit je 5 euro. Maar plotseling, als bij toverslag, kost hetzelfde stuk taart de volgende dag slechts 4 euro! Tof, toch? Dit, mijn vriend, is deflatie in een notendop: de prijzen van goederen en diensten dalen. Het is alsof alles in de uitverkoop is, zonder dat de winkels rode stickers hoeven te plakken.
Maar wacht even! Je denkt nu misschien: “Geweldig, ik kan meer taart kopen!” Dat klopt, maar er zit ook een andere kant aan het verhaal. Als je weet dat de taart morgen goedkoper is, waarom zou je het dan vandaag kopen? Als iedereen zo denkt en minder uitgeeft, kunnen bedrijven in de problemen komen. Ze verdienen minder, kunnen minder investeren en moeten soms zelfs mensen ontslaan. Kortom, de economie kan in een dip raken.
Dus ja, deflatie lijkt op het eerste gezicht een feestje. Maar het kan snel omslaan in een feestje waar de muziek stopt, de ballonnen knappen en waar iedereen om 21:00 uur al naar huis gaat. Wat een domper, hè? Dus terwijl je geniet van je goedkopere taart, onthoud: er is zoiets als té veel van het goede!