Als je een hypotheek afsluit om je woning te financieren, is het in eerste instantie natuurlijk de bedoeling om de volledige hypotheek af te lossen. Dit houdt in dat je na het aflossen van je hypotheek eigenaar bent van de woning zonder dat de bank hier nog enig recht op kan uitoefenen. Helaas blijkt dit in de praktijk niet altijd het geval.
Het kan bijvoorbeeld dat je een deel aflossingsvrij hebt afgesloten of dat je spaarhypotheek of beleggingshypotheek minder rendement behaald heeft dan je verwacht had. Als dat gebeurd ben je de bank nog een bedrag verschuldigd. Deze schuld na het verstrijken van je hypotheek noemen we de restschuld. Ten onrechte wordt dit ook wel renteschuld genoemd.
Je kunt voor dit bedrag een nieuwe hypotheek afsluiten. In veel gevallen krijg je dan echter geen hypotheekrente aftrek meer bij de fiscus. Als je een restschuld wilt voorkomen is dat vaak wel mogelijk. Je kunt dan bijvoorbeeld tussentijds je hypotheek opnieuw laten beoordelen door een hypotheekspecialist.
De hypotheek specialist bereken dan precies voor je hoe je ervoor staat en tot in hoeverre je spaarsaldo, beleggingen en andere zaken voldoende zijn om de hypotheek te dekken. Indien noodzakelijk sluit je je bestaande hypotheek over of laat je het aanpassen.
Als je dit binnen de looptijd van de hypotheek doet kan het weliswaar zijn dat er extra kosten in de vorm van een boeterente in rekening gebracht worden. Vaak worden deze kosten echter gecompenseerd door bijvoorbeeld een lagere rentestand, maar ook doordat je wel hypotheekrente kunt blijven verrekenen bij de fiscus.